Minister verkoopt huurwoningen voor dumpprijzen

20-01-2016 | Minister Stef Blok verkwanselt de belangen van de Nederlandse volkshuisvesting, schrijft Leo Onderwater.

Na de privatisering van het nationale post- en telefoniebedrijf, de Postbank, gemeentelijke en provinciale energiebedrijven, het openbaar vervoer, delen van het onderwijs en de gezondheidszorg en diverse taken van gemeentelijke en rijksoverheidsinstellingen worden nu - met overheidsgeld gefinancierde - (sociale) huurwoningen voor buitenlandse beleggers in de etalage gezet. Wat aan publiek bezit rest, zijn de waterleidingbedrijven, maar voor hoe lang nog? 

Na financieel wanbeleid van met name enkele grote woningcorporaties heeft minister Stef Blok (Wonen) in het Woonakkoord van december 2013 - gesteund door de 'constructieve' drie (SGP, CU en D66) - bepaald dat (sociale) huurwoningen op de vrije markt te gelde kunnen worden gemaakt, teneinde de corporatiesector financieel 'gezond' te maken. 

Blok heeft begin dit jaar op de vastgoedbeurs Real Expo München 2015 tweemaal de gelegenheid te baat genomen om met veel bravoure de lucratieve investeringsmogelijkheden op de Nederlandse (sociale) huurmarkt aan te prijzen. In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung voegde hij daar nog aan toe, dat de dominante positie van de woningcorporaties in Nederland definitief voorbij is en dat buitenlandse beleggers alle ruimte krijgen. 

Vorig jaar bracht de Duitse belegger Patrizia al het winnende bod uit van 570 miljoen euro op 5500 huurwoningen van woningcorporatie Vestia. Kort daarna bood het Britse Round Hill 365 miljoen euro voor 4000 huurwoningen van het in geldnood verkerende Wooninvesteringsfonds. 

Het spreekt voor zich dat door de verkoop van sociale huurwoningen aan buitenlandse investeerders de opbrengsten daarvan over de landsgrenzen zullen wegvloeien. Want waar mogelijk zullen buitenlandse beleggers overgaan tot het liberaliseren van sociale huurwoningen: door ze voor hoge huren in de markt te zetten. En op termijn kunnen de (ver onder de WOZ-waarde gekochte) sociale huurwoningen met fikse winsten worden doorverkocht. 

Kwetsbare doelgroepen
Waar je van Blok zou mogen verwachten dat hij (sociale) huurwoningen veilig stelt voor de kwetsbare doelgroepen met lagere inkomens binnen de Nederlandse samenleving, brengt hij die naar de (buitenlandse) markt voor dumpprijzen (75 procent van de WOZ-waarde): ook al beweert hij dat de hoogste bieder, door inschrijving, de prijs heeft bepaald. 

De economische recessie heeft ertoe geleid dat veel burgers werk en inkomen hebben verloren en daardoor hun koopwoning hebben moeten verlaten. In steeds grotere aantallen doen zij een beroep op de (sociale) huursector. Nieuwkomers maken, met name in steden als Amsterdam en Utrecht, sowieso geen enkele kans op de huurmarkt. Daarnaast hebben gemeenten de verplichting asielzoekers met een verblijfstatus een woning aan te bieden. 

In dat licht is het beleid van Blok om sociale huurwoningen te verkopen aan buitenlandse beleggers volstrekt onverantwoord. Blok zou een voorbeeld kunnen nemen aan zijn partijgenoot Sybille Dekker, die als voormalige minister van Vrom in 2004 de juridische strijd aanbond met de Maastrichtse Woningstichting Servatius. Zij verbood Servatius huur- en koopwoningen in het middensegment in Luik te bouwen. Servatius ging, als een semipubliek orgaan, immers in België met Nederlands overheidsgeld de concurrentie aan met lokale marktpartijen. 

Waar Dekker volhardend de belangen van de Nederlandse volkshuisvesting heeft verdedigd, gooit Blok die belangen te grabbel door tienduizenden huurwoningen voor buitenlandse beleggers tegen ondergewaardeerde prijzen in de verkoop te zetten. 

Sozialmietwohnungen
In Duitse steden zijn Sozialmietwohnungen in grote aantallen aan beleggers verkocht en dat is de fysieke staat van de woningen niet ten goede gekomen: slecht onderhoud, onvoldoende vernieuwen van keukens en badkamers en het nalaten van hoognodige energiebesparende maatregelen. 

Duitsland heeft met de Energiewende hoog ingezet, maar stadsbewoners, met name in de huursector, profiteren daar niet van, omdat zij geen energie kunnen leveren: verhuurders weigeren te investeren in energieleverende en energiebesparende voorzieningen. 

Blok heeft in het Woonakkoord geen enkele voorwaarde ingebouwd die beleggers verplicht tot gedegen onderhoud, woningverbetering dan wel het aanbrengen van innovatieve voorzieningen op het gebied van energie. De Tweede Kamer doet er derhalve verstandig aan minister Blok te dwingen het Woonakkoord te herzien, want hij brengt de Nederlandse volkshuisvesting grote schade toe.

(bron: Het Parool)

© Huurdersvereniging Rheden